
Nieuwkomers in de kerk
Nieuwe zoekers vinden hun weg naar de kerk en vragen om een gastvrije en betrokken gemeenschap.
Dit artikel van Esther van Schie verscheen in het blad Dienst 2025 -4
Kom je op mijn feestje?
Dat is de ultieme test. Krijg je eenmaal de vraag: kom je op mijn feestje, dan hoor je erbij. Dat weten zelfs de kinderen op de basisschool al heel goed.
Voor volwassenen is het niet veel anders. Ben je niet uitgenodigd voor het bruiloftsfeest van die kennissen van je? Dan weet je meteen hoe ze over je denken. Maar krijg je onverwacht een uitnodiging dat je niet alleen naar de receptie, maar ook naar ‘het feest’ mag, dan weet je dat je bij hun kring hoort.
Ook de feesten uit de bijbel hebben dit aspect. Het Joodse volk moest bepaalde feesten vieren. Dat was deel van het erbij horen, bij elkaar als volk en bij God.
Nieuwe feesten
Inmiddels heeft ruim een kwart van de Nederlandse bevolking een migratieachtergrond. Als gevolg daarvan wordt er steeds meer feest gevierd in Nederland (echt waar). Want met iedere nieuwe groep komen ook nieuwe feesten mee. Culturele feesten, religieuze feesten, familiefeesten. En dan wordt een belangrijke vraag als het gaat over integratie: wie mag bij wie op het feestje komen?
Als predikant voor migranten word ik op allerlei soorten feestjes gevraagd. En regelmatig gaan die feesten er iets anders aan toe dan ik gewend ben.
Soms ben ik welkom op feesten van christenmigranten. Dan kan het zomaar gebeuren dat ik naar een verjaardag ga van een Myanmarees gemeentelid en dat als ik daar goed en wel zit, doodleuk aangekondigd wordt: ‘en nu gaat Esther preken’. De eerste keer dacht ik: ‘oef, wat nu?’, want ik had dat niet aan zien komen. Maar inmiddels zit er een preek in m’n achterzak als ik naar de feestjes van de Myanmarezen ga. Gewoon voor de zekerheid. Want naast veel en lekker eten hoort er voor hen ook een preek bij als de dominee toevallig aanwezig is op je feest.

Monfeest
Soms word ik ook uitgenodigd op feesten die mij helemaal onbekend zijn. Zoals bij het Monfeest bijvoorbeeld. De Mon die in Nederland asiel hebben gekregen vieren jaarlijks hun culturele Monfeest. Nieuwsgierig als ik was, en vereerd dat ze me uitnodigden ging ik naar het feest. Ik keek mijn ogen uit: sierlijke traditionele kleding, dansen die ik nog nooit gezien had, eten met fantastische kruiderijen. En dat allemaal op fietsafstand in de polder.
Dit feest vond ik alleen wat ingewikkelder. Want onderdeel van het feest was ook een ‘touwtjes-bindceremonie’. ‘Dit is onze cultuur’, zeiden ze, ‘wil jij ook een touwtje?’ Maar het bleek om een ceremonie te gaan die vooral bij hun culturele boeddhistische achtergrond paste. Terwijl je een offer van bloemen op je handen hield, moest het touwtje om je pols gebonden worden om ervoor te zorgen dat je ziel dicht bij je lichaam blijft. Dat begreep ik tenminste uit de uitleg.
Wilde ik dat touwtje nou of niet? Het was wel het ultieme erbij horen. Maar waarbij dan precies? Er waren een paar christelijke Mon op het feest. ‘Wat denken jullie?’, vroeg ik. Sommigen zeiden dat ze meededen omdat het alleen cultuur was en niks betekende. Anderen vonden dat het belangrijk was om de gastgevers hun gezicht niet te laten verliezen. Ze vonden het niet fijn, maar deden daarom toch mee.
Sommigen deden niet mee. Ze aten en dansten, maar wilden geen touwtjes om hun pols. ‘Christus heeft me vrijgemaakt, dan laat ik me niet weer vastbinden’, zei iemand. Er was ook iemand voor thuisgebleven, bleek nu. Zij wist dat deze ceremonie onderdeel van het feest was en wilde er niets mee te maken hebben.
Veel meningen dus, en dat maakte het niet minder complex. Maar het leverde wel mooie en goede gesprekken op: Hoe verhouden zich geloof en cultuur? Voor welke vragen staan christenen met een boeddhistische achtergrond? Geen spijt dus van het Monfeest. Ook al omdat de Mon (de boeddhistische en de christelijke) het ontzettend op prijs stelden dat ik als Nederlander hun feest met hen mee vierde ook al deed ik niet aan alle rituelen mee.
Maanfeest
Een tijdje later kreeg ik ook een uitnodiging van de Chinezen. Voor het maanfeest wel te verstaan. Met de ervaring van het Monfeest nog vers in mijn gedachten, vroeg ik toch maar even van tevoren wat de bedoeling was. Want ja, ik wilde wel graag komen, maar de maan aanbidden leek me geen goed plan. Maar het ging om een familiefeest, zo legden ze uit. En ja, er was historisch wel een link met een oude Chinese legende waarin een godin naar de maan wordt verbannen en daar gezelschap heeft van een konijn van jade. ‘Maar wij doen daar niets mee’, werd me verzekerd. ‘We kijken met ons gezin naar de volle maan, hoe mooi rond die is en we vieren dan vriendschap en liefde en eten speciale maankoekjes, die net zo rond zijn als de maan.’
Toen ik naar het maanfeest ging, ging in mijn achterzak deze keer Psalm 8 mee. Het werd een gezellig feest met lachen, praten, veel lekker eten en muziek. Geen aanbidding van de maan. Maar toen de gelegenheid zich voordeed heb ik ze wel het verhaal verteld over de koning van vele eeuwen geleden, die buiten naar de mooie maan staarde en daarachter de schepper van de maan en de sterren zag. En toen Palm 8 dichtte. En dat landde.
Eerlijk: Ik vind het mooi als God me op zo’n feest verzeild laat raken. Om deel te hebben aan het leven van de ander. Om iets te zeggen over de schepper van de maan, op het maanfeest. Om ad hoc te preken op een verjaardag als me dat gevraagd wordt. Om mee te denken over hoe het zit met je ziel en vrij zijn en in hoeverre je mee kan en mag doen met rituelen die hun wortels in de religie van je ouders hebben terwijl jij allang christen bent.
Anderen uitnodigen
Nieuwe feesten in de polder. Soms is het even wennen. Maar ik zou zeggen: Ga vooral, als je uitgenodigd wordt. Stap de cultuur en het leven van die ander binnen. Geniet van het feest en de vriendschap. En misschien is juist zo’n feest een linkje om iets goeds over God en Jezus te vertellen.
Weet je wat ook een goed plan is? Om mensen met migratieachtergrond uit te nodigen voor je eigen feesten, of ze nu christen zijn of niet. Kerst bijvoorbeeld is een super geschikt feest daarvoor. Zorg dat er lekker eten is op de tafel, kadootjes en muziek. En laat die anderen dan deel zijn van een familie die feest viert, want hun eigen familie is misschien wel ver weg.
Ook dan is het misschien wel even zoeken naar het linkje, want hoe kom je nou van de kerstboom naar de geboorte van Jezus? En op welke manier relateert een gevulde kalkoen nu aan het kerstverhaal? Aan de andere kant kan je dan misschien gewoon het verhaal vertellen. Als je feest gevierd hebt met de mensen. Ze rond jouw tafel zitten, hun buik gevuld. Open haard aan. ‘Zal ik je vertellen wat kerst voor mijn familie betekent?’ Zo eenvoudig kan het zijn.
Dus ja: vier zo veel mogelijk feest. En zoek je nog een goed voornemen voor kerst? Stel dan iemand die door migratie zijn familie mist gewoon de vraag: ‘Kom je ook op mijn feestje?’

Nieuwe zoekers vinden hun weg naar de kerk en vragen om een gastvrije en betrokken gemeenschap.

Voorgangers uit diverse kerken en culturen ontmoetten elkaar in Zeist rond het thema ‘Vader, maak ons een’.

Dertig vrouwen uit verschillende culturen komen samen voor een weekend vol ontspanning, ontmoeting en een onverwacht diep moment van geloof en verbondenheid.